zaterdag 3 december 2011

Belastingheffing over winsten behaald bij buitenlandse pokertoernooien

Op 2 december 2011 is de uitspraak van de belastingrechter in een zaak over de kansspelbelasting van Joost (een bekende pokerspeler) gepubliceerd. Het ging om een prijs gewonnen op een live pokertoernooi buiten Nederland, maar binnen de EU.
Zelf heb ik nooit een dergelijke aanslag ontvangen, maar heb wel jarenlang met vele pokerspelers hierover gesproken. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat een heffing zoals die werd toegepast in strijd was met art. 56 van het Verdrag betreffende de Werking van de EU. Het heeft me altijd erg verbaasd dat iedereen die ik hierover sprak, die een dergelijke aanslag had ontvangen, ervoor koos deze procedure niet te voeren.
Joost heeft dit gelukkig wel gedaan en de Rechtbank is zo duidelijk als maar kan. De relevante overwegingen zijn 4.10 t/m 4.12. Het komt erop neer dat elke regeling die voor een Nederlander maakt dat een pokertoernooi in Nederland spelen aantrekkelijker is dan in een ander EU land een belemmering van het vrije dienstenverkeer is. In sommige gevallen is een belemmering van het vrije dienstenverkeer gerechtvaardigd, voor belasting heffen over pokertoernooien is een dergelijke rechtvaardiging in het EU-recht niet te vinden. De belastingdienst gaat uiteraard in hoger beroep, volgens mij is dit kansloos.
Uiteraard zal de wetgever dit proberen te repareren. Dergelijke wetgeving kan soms terugwerkende kracht hebben. Dan moet het wetsvoorstel wel af zijn, gepubliceerd zijn en er moeten aanmerkelijke aankondigingseffecten zijn. Dit heeft zich bijvoorbeeld een paar maanden geleden voorgedaan bij de legesheffing voor de id-kaart. Voorlopig is er nog geen wetsvoorstel en de aankondigingseffecten zijn naar mijn mening niet te vergelijken met de situatie rond de id-kaart. (Mocht de terugwerkende kracht je interesseren, kun je er bijvoorbeeld hier meer over lezen, m.n. hoofdstuk 4)
Ik maak me wel zorgen over de manier waarop de wetgever dit probleem zal trachten op te lossen. Het antwoord is niet makkelijk. Een nieuwe heffingssystematiek bedenken voor buitenlandse pokertoernooien die niet in strijd is met het vrije verkeer van diensten wanneer de aanbieder binnen de EU gevestigd is, is niet eenvoudig. Het probleem andersom 'oplossen', namelijk de regeling die tot nu toe op buitenlandse toernooien wordt toegepast ook van toepassing verklaren op Nederlandse pokertoernooien, waardoor Holland Casino dus belasting zal gaan inhouden op het prijzengeld. Lijkt ook niet waarschijnlijk. Weinig mensen zouden nog pokertoernooien spelen bij het Holland Casino door de lage uitbetaling en er moet een scheiding worden aangebracht tussen pokertoernooien en andere casinospelen.
Als je eerder een rechtsmiddel hebt aangewend tegen een aanslag en nog in een bezwaar- of beroepsprocedure verwikkeld bent, zal je de gronden uit deze uitspraak nog kunnen inbrengen. Mocht je in de laatste 6 weken een aanslag hebben ontvangen, onmiddellijk bezwaar maken, want als de termijn voor bezwaar is verlopen ben je niet-ontvankelijk, dat betekent dat het bezwaar niet meer inhoudelijk wordt behandeld. Mocht de termijn bijna verlopen zijn, kun je een pro-forma bezwaar indienen en kun je later de rechtsgronden aanvullen, daarmee wordt de termijn gestuit.
Het betoog dat poker geen kansspel is faalt. Het is begrijpelijk dat dit bij de belastingrechter eerder faalt dan bij de strafrechter. Het is verstandig voor Joost om niet op dit onderdeel in hoger beroep te gaan als de belastingdienst zelf geen hoger beroep instelt. Mocht de belastingdienst wel in hoger beroep gaan (dat is wel te verwachten) dan zal Joost ongetwijfeld het oordeel van de Rechtbank op dit punt ook aanvechten.

zondag 30 oktober 2011

Minister Leers verschuilt zich ten onrechte achter het recht en zijn voorgangers

De laatste dagen is het nieuws in Nederland gedomineerd door Mauro, de Angolese jongen die al 8 jaar bij een pleeggezin in Nederland woont en nu terug moet naar Angola. Mauro is goed een geïntegreerde welbespraakte jongen die net 18 is geworden. De opvang door het Nederlandse pleeggezin was als tijdelijk bedoeld en nu moet hij van minister Leers terug naar Angola. Inmiddels is Mauro echter zo verbonden met de Nederlandse maatschappij en zo losgeweekt van de Angolese maatschappij, dat hij hier veel meer thuis hoort dan daar. Ook heeft hij na 8 jaar een band met zijn pleegouders en zij met hem, die bij het verbreken daarvan een ernstige inbreuk zou zijn op het recht op Family Life van alle betrokkenen. 
De vraag is dan ook: waarom zou je in hemelsnaam deze jongen terugsturen? Het antwoord van minister Leers is tweeledig. Ten eerste is hij bang voor de precedentwerking en ten tweede beroept hij zich op rechtelijke uitspraken.
De precedentwerking is voorstelbaar op twee manieren. Ten eerste de 'aanzuigende werking'. Het idee dat als Mauro een verblijfsvergunning zou krijgen, opeens de hele wereld in een bootje zal stappen op weg naar Nederland. Er wordt dan gedaan alsof Nederland een enorm immigratieprobleem heeft, geheel onterecht. De cijfers tonen aan dat het aantal immigranten in Nederland juist al lange tijd aan het dalen is en ten onrechte wordt gedaan alsof bijvoorbeeld problemen met slecht geïntegreerde jongeren van bijvoorbeeld Marokkaanse afkomst, met immigratie te maken hebben. Dat is niet juist. In de jaren 60 had Nederland een groot tekort op de arbeidsmarkt en toen zijn hun ouders gevraagd om naar Nederland te komen, die jongeren zelf zijn gewoon hier geboren. Dit is niet een probleem van immigratie, maar van intergratie. Mauro is juist het voorbeeld van een jongen die goed integreert. Ook moet de rest van de wereld dan alleenstaande minderjarige zijn (gelukkig hebben de meeste derde wereldkinderen ook gewoon ouders) en een pleeggezin in Nederland vinden. Het argument van 'aanzuigende werking' lijkt dan ook nergens op gebaseerd.
De tweede manier van precedentwerking is juridisch. Ook die redenering snijd geen houd. Als de minister bijvoorbeeld oordeelt dat Mauro zo goed geïntegreerd is dat hij zijn binding met de Angolese cultuur totaal verloren heeft of dat de familieband met zijn pleegouders zo sterk is dat een inbreuk op dit Family Life niet gerechtvaardigd wordt door de belangen van de Nederlandse staat bij uitzetting, zijn dat hele feitelijke omstandigheden, specifiek voor Mauro, die sowieso per individueel geval moeten worden beoordeeld en daarom eigenlijk nooit vergelijkbaar zijn.
Het tweede argument, de rechtelijke uitspraken, is regelrechte onzin. In het Nederlandse bestuursrecht en vooral in het Nederlandse vreemdelingenrecht heeft de rechter heel weinig ruimte. Het idee van de machtenscheiding (rechter moet niet 'op de stoel van' het bestuur gaan zitten) maakt dat het bestuur (de minister in dit geval) het besluit neemt en de rechter het besluit van de minister alleen mag toetsen. De rechter verleent of weigert dus geen verblijfsvergunningen, maar mag alleen heel marginaal toetsen of het bestuur in redelijkheid tot dit oordeel heeft kunnen komen. De rechter treedt daarbij niet in de feitelijke beoordeling door het bestuur. Die feitelijke beoordeling is in dit geval dus het oordeel van de minister over het Family Life, over de mate waarin Mauro geen verbinding meer heeft met Angola en het belang van Nederland bij uitzetting van Mauro. De rechter kijkt zo marginaal naar de feitelijke beoordeling van het bestuur dat een 'ja' of 'nee' door het bestuur op alle feitelijke vragen, door de rechter meestal goedgekeurd wordt. Juridisch wordt dat geformuleerd als: '....niet is gebleken dat het bestuur niet in redelijkheid tot deze afweging heeft kunnen komen....' , of woorden van gelijke strekking.  Zelf ben ik een groot voorstander van een meer indringende toetsing van bestuursbesluiten door de rechter. De ruimte in dit geval vindt de rechter meestal niet in het Nederlandse recht, maar in het internationale recht. Het EVRM speelt hierbij een grote rol. In de hierboven besproken gevallen moet dan met name gedacht worden aan art. 8 (Family Life). Bij het EVRM (=Europees verdrag voor de rechten van de mens) zijn 52 landen partij, waaronder bijvoorbeeld Rusland, Turkije en Azerbaijan. Het is dan ook zeer onterecht dat minister Leers net doet alsof zijn beleid verplicht moet worden begrensd door het EVRM. Dat is een absolute ondergrens en een land als Nederland zou beleid moeten voeren dat mensenrechten een grotere bescherming biedt dan een verdrag waardoor ook de genoemde landen hun mensenrechten bescherming laten bepalen. Ik zeg beleid, want het is ook echt niet zo dat de vreemdelingenwet het vertrek van Mauro gebiedt. De vreemdelingenwet geeft namelijk heel veel ruimte, die moet worden ingevuld door beleid, neergelegd in het vreemdelingenbesluit, dat is dus beleid van de regering. Binnen dat beleid is er dan weer ruime beoordelingsvrijheid voor de minister in concrete gevallen. Binnen die beoordelingsruimte past makkelijk een verblijfsvergunning voor Mauro, minister Leers wil dat gewoon niet (al of niet onder druk van Wilders).
Tot slot heeft minister Leers nog wel geopperd dat zijn voorgangers Hirsch Ballin en Albayrak ook geen verblijfsvergunning aan Mauro hebben verleend. Dit argument snijdt ook geen hout. Zoals ik reeds eerder heb betoogd, gaat het bij het verlenen van deze verblijfsvergunning om een belangenafweging tussen het belang van Nederland bij uitzetting en de belangen van Mauro, waaronder zijn recht op Family Life. Dat Family Life is nu natuurlijk niet gelijk aan een paar jaar terug. Hoe langer Mauro onderdeel uitmaakt van het gezin, hoe hechter de band met de familie wordt en hoe minder snel je een dergelijke band zou moeten verbreken. De feitelijke situatie is niet vergelijkbaar met het moment waarop andere ministers hun afweging maakten. 
Het Nederlandse beleid op het gebied van vreemdelingenrecht is onmenselijk. Soms krijgt het een gezicht en wordt het hele land wakker. Jammer genoeg is dat zeldzaam en zijn het meestal nummers zonder gezicht. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar deze kamerbrief van twee maanden geleden.
Het mensenrechten hof had een vertrekmoratorium opgelegd naar Somalië, toch misschien wel het gevaarlijkste land ter wereld, onze schepen durven er niet eens langs te varen en er heerst ook nog eens een verschrikkelijke droogte en hongersnood, waardoor honderdduizenden het land zijn ontvlucht. Het mensenrechten hof had in een Engelse zaak toch wat ruimte gelaten, dus volgens minister Leers 'moet het tijdelijke vertrekmoratorium worden vervangen door een vaste beleidslijn'. Stel je voor dat we een paar Somaliërs niet zouden uitzetten, terwijl dat misschien juridisch wel mag.
Dat we ons opwinden over Mauro is terecht, maar het wordt tijd dat Nederlanders verantwoordelijkheid nemen voor hele het asielbeleid dat in onze naam door de regering wordt gevoerd en een ingrijpende herziening eisen.

vrijdag 7 oktober 2011

Bradley Manning 500 dagen in voorarrest

Op 26 mei 2010 werd Bradley Manning in Irak gearresteerd. Manning, geboren 17-12-1987 was op dat moment werkzaam als inlichtingenanalist voor het Amerikaanse leger in Irak. Hij wordt ervan beschuldigd geheime informatie gelekt te hebben naar Wikileaks.
De infrastructuur van Wikileaks is zo gebouwd dat geen informatie wordt bewaard over de herkomst van ge-upload materiaal. Het enige bewijs dat tot nu toe bekend is, zijn de logs van gesprekken die hij online heeft gevoerd met Adrian Lamo, die Manning heeft aangegeven bij de FBI.
Als de chat logs legitiem zijn, onthullen ze veel over de motivatie van Manning om de informatie naar buiten te brengen. Zomaar een paar citaten:
"…its important that it gets out... i feel, for some bizarre reason - it might actually change something"
"it belongs in the public domain"
"hopefully worldwide discussion, debates, and reforms - if not, than we're doomed - as a species - i will officially give up on the society we have if nothing happens"
 "i want people to see the truth… regardless of who they are… because without information, you cannot make informed decisions as a public"
De informatie bevatte onder andere talloze oorlogsmisdaden waar de VS over heeft gelogen, verslagen van meer dan honderdduizend burgerdoden en visie van Amerikaanse diplomaten op landen, politici en bedrijven.
Manning is een idealist met een overactief geweten. Als meer mensen dachten zoals hij was de wereld een veel betere plek.
De gelekte informatie had moeten leiden tot vervolging van personen verantwoordelijk voor oorlogsmisdrijven, wereldwijde discussie en verandering in de agressieve Amerikaanse buitenlandse politiek. In werkelijkheid is de reactie van de VS geweest: meer oorlogsmisdaden, een nog grotere geheimzinnigheid omtrent militaire operaties en inlichtingen diensten, een intimidatie- en mediacampagne tegen Wikileaks en een nu 500 dagen durende detentie van Manning onder omstandigheden die met gemak als marteling kwalificeren.
Bradley Manning heeft echter ook een andere beweging in gang gezet. Hij is een belangrijke inspiratie voor mensen zoals ik, die al lang vinden dat er iets mis is in de wereld, daar over denken en praten, maar uiteindelijk maar weinig actie ondernemen. Hij heeft ons laten zien wat een enorme impact één persoon kan hebben en hoe belangrijk het is om niet alleen van de zijkant toe te kijken, maar zelf de verandering te zijn. In de Arabische lente heeft Wikileaks een belangrijke rol gespeeld door op het juiste moment files te lekken over dictators in het Midden-Oosten. Een wereldwijde verontwaardiging over de gewetenloze methoden van onze leiders, doe door Manning & Wikileaks is blootgelegd, groeit en speelt een belangrijke rol in de overal gehoorde roep om verandering.
Ook worden we geconfronteerd met het feit dat geheimhouding tegenwoordig de standaard is in onze westerse democratieën en realiseren we ons dat het vermogen tot democratische oordeelsvorming  over overheidsoptreden, gelimiteerd is door de hoeveelheid informatie die we hebben.
Bradley Manning is voor mij een held en een enorme inspiratie. Dagelijks realiseer ik me hoeveel hij betekent voor de wereld en welke hoge prijs hij daarvoor betaalt. Door hem doe ik elke dag mijn best ook iets voor de wereld te betekenen en de grootste dienst die we hem kunnen bewijzen, is bijdragen tot de verwezenlijking van zijn idealen.

vrijdag 13 mei 2011

Largest Dutch mobile operator uses DPI

KPN is the largest telecommunications company in the Netherlands. Their market share in the Dutch mobile phone market is 47%.
Services like VoIP and IM are hurting revenues and KPN is planning to add an extra charge for mobile costumers who use services like Skype, Ping and WhatsApp. This has huge consequences. It will be the end of net neutrality in the Netherlands if the biggest operator charges for visiting specific websites or using specific applications.
KPN organized an ‘investors day’ in London on the 10th of May, where a question was asked about how KPN will discriminate on mobile internet content access.
The question was answered by Marco Visser, head of the Mobile Services Division.
He answers that KPN is the first operator in the world that uses Deep Packet Inspection to identify the destination of specific data packages. The webcast is here, near the end 3:32:00 – 3:34:30.
Basically it means KPN is monitoring its customers internet traffic without any legal basis. Probably this is illegal and the Dutch organization Bits of Freedom has started a campaign against KPN’s practices.

dinsdag 26 april 2011

Netneutraliteit moet wettelijk geregeld worden


Vlak voor het paasweekend kwam KPN met de mededeling dat eerdaags bepaalde ‘zware’ internetdiensten, zoals VoIP- en IM-toepassingen zullen worden geblokkeerd voor mobiele abonnees. Uiteraard kan vervolgens een abonnement worden afgesloten waarbij extra betaald moet worden voor diensten zoals Ping, WhatsApp & Skype.
Er is wereldwijd een levende discussie gaande over netneutraliteit. Netneutraliteit betekent grofweg dat alle dataverkeer via het internet een gelijke behandeling krijgt van de internetprovider. Jammer genoeg is netneutraliteit in de wet niet vastgelegd. De OPTA heeft in haar beleidsfocus voor 2011 wel staan dat ze gaat toezien op transparantie op dit gebied:
3. Transparantie ten aanzien van netneutraliteit:
Aanbieders van internetdiensten moeten hun klanten informeren over de wijze waarop zij hun netwerk managen. Zo moeten providers aangeven welke diensten zijn voorrang geven en welke diensten zij ‘afknijpen’ of zelfs blokkeren. OPTA zal onder meer via ConsuWijzer hierop toezien.
In werkelijkheid geeft ze daarmee dus aan dat het afknijpen of blokkeren van diensten dus wel is toegestaan
Ook het wijzigingsvoorstel van Telecommunicatiewet garandeert ons geen netneutraliteit. Wel wordt er aandacht aan besteed. In art. 7 lid 3 sub d, wordt de mogelijkheid geschapen hierover nadere regelingen te maken in een AMvB:
Artikel 7.3
1.Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten transparante, vergelijkbare, toereikende, actuele, duidelijke en volledige informatie bekendmaken over:
a.de geldende tarieven,
b.eventuele in rekening gebrachte kosten bij beëindiging van een overeenkomst,
c.de algemene voorwaarden met betrekking tot de toegang tot en het gebruik van de diensten als bedoeld in bijlage II van richtlijn nr. 2002/22/EG die door hen aan eindgebruikers worden aangeboden, of
d.eventuele beperkingen van de toegang tot of het gebruik van diensten en toepassingen.
De regering heeft te kennen gegeven alleen regels te willen stellen die de aanbieders verplichten transparant te zijn over welke diensten worden afgeknepen of geblokkeerd.
In de kamerstukken is te lezen:
De regering vindt, net als de PvdA-fractie, een vrij en open internet belangrijk. De vraag is echter of er nu extra wetgeving nodig is om het internet open en vrij te houden. Het voorgestelde artikel 7.3, eerste lid, onderdeel d, legt de grondslag om aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten bij ministeriële regeling te verplichten tot het verstrekken van informatie over eventuele beperkingen voor de toegang tot of het gebruik van diensten. Deze verplichting zal worden opgenomen in de Regeling universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen. Zoals in de memorie van toelichting is aangegeven acht de regering het instrument van transparantie op dit moment proportioneel en effectief. De huidige concurrerende markt biedt in combinatie met transparantie vooralsnog voldoende waarborg voor een vrij en open internet.
Juridisch lijkt er voorlopig dus geen manier te zijn of te komen om netneutraliteit af te dwingen.
Het kabinet stelt dat met de wijziging van de Telecommunicatiewet meerdere wijzigingen in Europese richtlijnen worden geïmplementeerd, waaronder Richtlijn 2009/140/EG.
Naar mijn mening doet het alleen stellen van de eis van transparantie geen recht aan de volgende passages uit Richtlijn 2009/140/EG:
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
a)  lid 1, tweede alinea, wordt vervangen door:
„Tenzij  anders  bepaald  in artikel  9, dat handelt  over
radiofrequenties, houden de lidstaten zoveel mogelijk
rekening  met de wenselijkheid  van voorschriften die
technologisch neutraal zijn, en zorgen zij ervoor dat de
nationale regelgevende instanties bij de uitvoering van
de in deze richtlijn en de bijzondere richtlijnen omschre­
ven regelgevende taken, met name die welke erop gericht
zijn daadwerkelijke concurrentie te waarborgen, even­
eens daarmee rekening houden ”. ;
…………………………………………………………………………
in lid 4 wordt het volgende punt toegevoegd:
„g) zij bevorderen het vermogen van de eindgebruikers
om toegang te krijgen tot informatie en deze te ver­
spreiden of om gebruik te maken van toepassingen
en diensten van hun keuze;”;
Het blijkt dus nu voor KPN uiterst simpel om voor eindgebruikers bepaalde sites en applicaties te blokkeren waarmee consumenten neutraal internet wordt ontnomen. Ook staat dit op gespannen voet met het mededingingsrecht, omdat KPN op deze manier ook zijn sterke positie als aanbieder van mobiel internet misbruikt om concurrenten op het gebied van SMS-achtige diensten te blokkeren. Het argument van te hoog datagebruik gaat voor deze diensten namelijk zeker niet op. (los daarvan moet natuurlijk iedereen zijn bandbreedte kunnen gebruiken zoals hij zelf wil)
Het wijzigingsvoorstel van de Telecommunicatiewet 32 549 staat in week 20 op de agenda van de Tweede Kamer.  Het is dus zeker nog niet te laat. De Europese richtlijnen verplichten netneutraliteit niet, maar staan wetgeving op dat gebied zeker toe en stimuleren het op z’n minst. Hopelijk lukt het om dit probleem onder de aandacht te krijgen van de juiste parlementariërs en realiseert de wetgever zich dat netneutraliteit een belangrijke principiële zaak is, die wettelijk geregeld moet worden.
Toch is het misschien mogelijk om juridisch iets te ondernemen.
KPN heeft op zijn website aanvullende voorwaarden staan voor abonnementen vanaf 06-03-2011.
1. Internetbundels zijn niet bedoeld voor VOIP (Voice over IP) of SMSoIP (SMS over IP) diensten. KPN behoudt zich het recht voor om
maatregelen te nemen omtrent het gebruik van VOIP en SMSoIP diensten met gebruikmaking van Internetbundels.
Op een andere plek op hun site staan dergelijke voorwaarden die geldig zijn vanaf 01-01-2011.
Ik ga ervan uit dat in ieder geval abonnees van na 06-03-2011 voor deze voorwaarden hebben getekend, abonnees van voor 01-01-2011 niet en over abonnees voor de tussenliggende periode durf ik niks over te zeggen.
Dit is van groot belang omdat er in consumentenovereenkomsten hoge eisen zijn aan het uitreiken van algemene voorwaarden en het zo maar op de website plaatsen daarvoor zeker niet genoeg is. Het tussentijds wijzigen van algemene voorwaarden is nog lastiger. De provider moet ze dan toesturen en u erop wijzen dat u door de wijziging het recht heeft de overeenkomst op te zeggen, dat volgt uit art. 7.2 Telecommunicatiewet:
Artikel 7.2
· 1.Ten minste vier weken voordat een voorgenomen wijziging van een beding dat is opgenomen in een overeenkomst van kracht wordt:
a.biedt een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst de abonnee de mogelijkheid om de overeenkomst kosteloos te beëindigen, en
b.stelt de aanbieder de abonnee op genoegzame wijze op de hoogte van de inhoud van de voorgenomen wijziging en van de mogelijkheid om de overeenkomst kosteloos te beëindigen.
Een beding zoals in de huidige KPN voorwaarden staat, doet daar niet aan af:
1:16 Wijziging van voorwaarden en tarieven
1 KPN is gerechtigd een beding van de overeenkomst, waaronder de Algemene Voorwaarden en tarieven, te wijzigen.
2 Behoudens het gestelde in het vierde lid gelden dergelijke wijzigingen ook ten aanzien van reeds bestaande overeenkomsten waarop deze Algemene Voorwaarden van toepassing zijn verklaard, tenzij KPN aangeeft dat dat niet het geval is.
3 De wijzigingen treden vier weken na de bekendmaking, of op een latere datum in de bekendmaking vermeld, in werking, tenzij een afwijkende wettelijke termijn is vereist, die alsdan wordt toegepast.
4 Indien een Contractant een wijziging, die betrekking heeft op een door hem afgenomen Dienst, niet wenst te accepteren, kan hij de overeenkomst met betrekking tot die Dienst schriftelijk beëindigen met ingang van de datum waarop de wijziging kracht wordt. De schriftelijke opzegging dient voor de ingangsdatum van de wijziging door KPN te zijn ontvangen.
‘Bekendmaking’ zal moeten voldoen aan de eisen van art. 7.2, simpelweg op de website plaatsen zal daarvoor niet genoeg zijn. Ook zal KPN de klant erop moeten wijzen dat hij de mogelijkheid heeft het abonnement op te zeggen. Voor de door KPN gestelde termijn, biedt de wet geen basis. Dit zal in werkelijkheid een redelijke termijn na bekendmaking (op de in art. 7.2 beschreven wijze) zijn.
Abonnees die niet voor de aanvullende voorwaarden hebben getekend, hebben naar mijn mening nog steeds de mogelijkheid hun abonnement op te zeggen.
Het is zelfs mogelijk dat het moment waarop KPN bepaalde sites of applicatiesdaadwerkelijk gaat blokkeren, ook een ‘wijziging van een beding’ is in de zin van art. 7.2. Dit begrip moet namelijk zeer ruim worden uitgelegd. Het college van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit schreef hierover aan UPC:
Reikwijdte artikel 7.2 Telecommunicatiewet
Het college is van oordeel dat zowel schriftelijk als niet schriftelijk vastgelegde onderdelen van de overeenkomst kunnen worden gekwalificeerd als beding in de zin van artikel 7.2 van de Telecommunicatiewet (hierna: Tw). Het college heeft in zijn beoordelingskader2 dan ook bepaald dat artikel 7.2 Tw zowel ziet op een voorgenomen wijziging van een schriftelijk als van een niet schriftelijk overeengekomen beding dat is opgenomen in een overeenkomst.
Op grond van de wettekst en de totstandkomingsgeschiedenis van de artikelen 7.1 en 7.2 Tw is UPC van mening dat artikel 7.2 Tw uitsluitend van toepassing is op schriftelijk overeengekomen bedingen. Het college is een ander oordeel toegedaan. Artikel 7.1 Tw verplicht aanbieders van een openbare elektronische communicatiedienst om voor of bij het sluiten van een overeenkomst met een consument schriftelijk informatie te verstrekken ten aanzien van de in dit artikel genoemde onderwerpen. Ook onderwerpen die niet zijn genoemd in artikel 7.1 Tw, zoals de snelheid van de dienst, kunnen echter onderdeel uitmaken van de overeenkomst. De vraag of een onderwerp uit de overeenkomst op grond van artikel 7.1 Tw op schrift aan de consument dient te worden verstrekt, staat los van de vraag of dit onderwerp een beding in de overeenkomst is in de zin van artikel 7.2 Tw.
Ik kan niet met zekerheid zeggen dat het afknijpen of blokkeren van bepaalde sites of applicaties als een ‘wijziging van een beding’ kan worden gezien, maar als wijzigen van de (niet schriftelijk vastgelegde) downloadsnelheid er wel onder valt,  is het zeker mogelijk en moet deze procedure te zijner tijd zeker gevoerd worden.
Hopelijk is het de politiek nu duidelijk geworden hoe belangrijk netneutraliteit is en hoe makkelijk het door een provider over boord kan worden gezet. Voor de timing moeten we KPN misschien bedanken, omdat juist volgende maand het wetsvoorstel ter wijziging van de Telecommunicatiewet in de Tweede Kamer wordt behandeld. Mocht iemand nu of na het daadwerkelijk blokkeren van de betreffende sites of applicaties zijn KPN abonnement willen opzeggen, dien ik hem graag van advies.

dinsdag 15 maart 2011

Yohan Abraha

Ik krijg erg veel vragen over wat er nou precies met Yohan is gebeurd, daarom heb ik mijn ervaring maar even opgeschreven:
Op vrijdag 4 maart 2011, ’s avonds laat, hoorde ik van een kennis dat Yohan Abraha die dag was overleden (naar later bleek aan een hartstilstand op de trap op weg naar zijn huis).
Ik kende Yohan al een jaar of tien, maar zeker niet goed. Tot die dag wist ik niet eens zijn achternaam. Hij werkte bij een souvenirwinkel op de bloemenmarkt. Aangezien ik daar vaak in de buurt ben, kom ik hem daar wel eens tegen en drink ik soms een kopje koffie met hem. Toevallig had ik twee dagen daarvoor, op woensdag, een uurtje met hem in de winkel gezeten. Hij vertelde mij dat het hem niet meer zo beviel in Nederland en dat hij misschien een tijdje terug wilde naar Afrika.
Yohan was van Afrikaanse afkomst, de meeste mensen die ik kende wisten niet precies waarvandaan. Soms zei hij dat hij uit Soedan kwam, soms Somalië, soms Eritrea. Dat was typisch Yohan, hij was altijd vriendelijk, maar ook geheimzinnig, achterdochtig en sociaal een beetje geïsoleerd.
Zelf had ik daar nooit problemen mee, elk mens heeft sowieso het recht alles wat hij niet wil delen privé te houden en vluchtelingen uit Afrika hebben vaak verschrikkelijke dingen meegemaakt, die het zeker kunnen rechtvaardigen dat ze voorzichtiger met mensen om gaan.
Zaterdagochtend ben ik naar de souvenirwinkel gegaan en heb ik gesproken met zijn baas, deze zei:”Yohan wekt hier meer dan tien jaar en ik weet niks van hem, ik ken ook geen familie……..de politie is langs geweest en heeft gezegd dat het een natuurlijke dood was en dat hij geen familie heeft, hij wordt door de gemeente begraven”.
Aangezien ik behoorlijk wat mensen ken die Yohan kende, dacht ik dat met een beetje moeite zijn familie wel was te achterhalen. Denkend dat de politie druk op zoek was en elke hulp kon gebruiken, heb ik ze onmiddellijk opgebeld.
Tot mijn verbazing zei de agent aan de telefoon:”Deze zaak wordt behandeld door mevrouw Veen, die is zaterdag en zondag vrij, maar maandagochtend belt ze je”. Toen ik daar naar vroeg bevestigde hij dat dit betekende dat er zaterdag en zondag helemaal niet aan de zaak gewerkt zou worden.
In die twee dagen heb ik zoveel mogelijk informatie over Yohan verzameld en maandagochtend zat ik al met gemengde gevoelens bij de telefoon te wachten. Ik werd ’s ochtends niet teruggebeld, dus besloot ik rond 13:00u zelf te bellen. Ik kreeg mevrouw Veen aan de telefoon en die zei:”Ik heb de zaak al aan de gemeente gegeven, hij heeft geen familie, ik heb dat bij de burgerlijke stand gecontroleerd, hij is niet getrouwd en heeft geen kinderen en dinsdagochtend wordt hij afgevoerd”. Ik heb haar verteld dat ik weet dat hij wel familie heeft en dat het volgens mij zeker mogelijk was die te vinden via vrienden, zijn telefoon of misschien informatie uit zijn huis. Hierop antwoordde mevrouw Veen:”Ik heb geen tijd om hierop uren te rechercheren, ik heb wel wat anders te doen”.
Vervolgens heb ik de gemeente Amstelveen gebeld, waar mij verteld werd dat meneer Selier de zaak behandelde en dat deze mij zou terugbellen. Ook werd  mij medegedeeld dat Yohan dinsdagochtend begraven zou worden zonder dienst en dat het niet mogelijk was om daarbij aanwezig te zijn. Ik heb gezegd dat het zeer belangrijk was om mij terug te bellen omdat er wel familie was en zelfs als die niet gevonden kon worden, ik en andere vrienden wel bij de begrafenis wilde zijn.
Na enige tijd wachten heb ik weer teruggebeld, meneer Selier was nog steeds niet beschikbaar en toen ik rond 16:30u voor de derde keer terugbelde, werd mij verteld dat hij al naar huis was.
Niet wetende wat anders te doen, heb ik de ombudsman gebeld, de situatie uitgelegd en gevraagd of hij wilde bellen, hopende dat die druk genoeg was om de gemeente tot actie te manen. Dat heeft gewerkt, ’s ochtends 9:00u werd ik gebeld door meneer Houtkanp van de gemeente Amstelveen dat de begrafenis was uitgesteld en of ik op het gemeentehuis wilde komen voor een bespreking.
Op het gemeentehuis heb ik die middag een prettige ontmoeting gehad met meneer Selier en meneer Houtkamp, waarin wij hebben afgesproken dat de begrafenis naar donderdag zou worden verplaatst en ik met iemand van de Eriteese gemeenschap een kleine begrafenis mochten organiseren. Het bleek dat de heer Houtkamp dinsdagochtend behalve met mij ook met iemand van de Eritreese gemeenschap had gesproken, die hadden gehoord dat er een landgenoot was overleden (ik weet niet precies hoe) en hebben dinsdagochtend ook contact met de gemeente Amstelveen gezocht.
Op het gemeentehuis heb ik het nummer van de heer Nagassi gekregen van de Eritreese gemeenschap en ik heb met hem ook overlegd. Ook heb ik inzage gekregen in Yohans telefoon en daaruit nummers mogen overnemen. Toen ik vroeg of ze al mensen hadden gebeld in een poging familie te achterhalen, zei de heer Houtkamp tot mijn grote verbazing:”We hebben één nummer gebeld, er nam iemand op, maar toen was het beltegoed op”.
Vlak daarna werd ik gebeld door Jerry, een vriend van Yohan, dat hij een andere vriend had gevonden die waarschijnlijk de broer van Yohan kon bereiken. Iets na 16:00u was het gelukt en had Ismael (die kende ik tot op dat moment niet) de broer van Yohan gevonden. Zijn oude broer uit België en zijn jonge broer uit Duitsland zijn onmiddellijk naar Amsterdam gekomen, waar zij om 23:00u aankwamen op het Centraal Station, waar ik ze toen uitgebreid gesproken heb.
De volgende dag (woensdag) ben ik de hele dag met zijn broers op pad geweest om alles te regelen (gemeente - uitvaartmaatschappij - gemeente - Yohans huis - uitvaartmaatschappij).
Bij de uitvaarmaatschappij (Bouwens) werden we echt slecht behandeld. Het lichaam verschepen naar Eritrea kostte € 8000 en als we een andere uitvaartmaatschappij zouden nemen waren de kosten van Bouwens tot dan toe € 2800. Een vriend van mij heeft een uitvaartmaatschappij en heeft mij verteld dat hij minder dat € 5000 rekent voor het verschepen van het lichaam naar Eritrea en dat de kosten tot op dat moment echt niet meer dan een paar honderd euro zijn.
Het optreden van de uitvaartmaatschappij was opmerkelijk. Bouwens wilde niks doen zonder een voorschot en de hele betaling moest vrijdag binnen zijn. Er is dus een voorschot betaald van € 2000 en Yohans oudste broer kon uiteindelijk het overige geld regelen voor de volgende dag. Toen zijn broer donderdag naar Bouwens ging om de overige € 6000 te betalen, wilde hij het pinnen. Dat kon niet, het moest cash. Toen hij daar zijn verbazing over uit sprak en vroeg hoe dat kon, werd gezegd:”Normaal sturen we achteraf een rekening en wordt er per bank betaald”.  Dat geldt dus blijkbaar niet als je zwart bent van Afrikaans afkomst.
Zo durf ik ook te betwijfelen dat de politie en de gemeente zo omgaan met een overledene van Europese afkomst, terwijl Yohan hier al meer dan 20 jaar was met verblijfsvergunning.
Op het eind is alles toch nog redelijk goed verlopen. Yohan heeft een schitterend afscheid gehad, in de Eritreese kerk georganiseerd door de Eritreese gemeenschap (uiteraard moest Bouwens nog apart betaald worden voor het vervoeren van Yohan naar de kerk) waarbij meer dan 300 mensen aanwezig waren. Deze week gaat zijn jongste broer samen met de kist naar Eritrea om Yohan naar huis te brengen.
Er zijn veel lessen geleerd deze week.
Ik heb geleerd dat je soms met een relatief kleine inspanning, groot resultaat kan bereiken en dat we allemaal moeten blijven proberen op onze eigen manier de wereld iets beter te maken.
Ook heb ik veel geleerd over Yohan. Hij leefde altijd erg eenzaam en geïsoleerd, maar er waren toch een hoop mensen die om hem gaven. Ook heb ik geleerd over zijn verleden, waardoor zijn afstandige gedrag waarschijnlijk verklaard wordt. Zijn familie is vervolgd, zijn vader door de overheid opgepakt en verdwenen toe Yohan nog kind was en hij is net als veel van zijn familieleden gevlucht. Een lange gevaarlijke, eenzame weg heeft hem uiteindelijk naar Nederland gebracht, maar zijn vertrouwen in de autoriteiten en mensen is nooit helemaal hersteld.
Zwaar onder de indruk ben ik van de Eritreese gemeenschap in Nederland. Ze zijn zeer hecht, gastvrij,  helpen elkaar allemaal, hebben hun cultuur behouden, maar hebben zich ook aangepast (iedereen sprak vloeiend Nederland en Engels en ze hadden de meest uiteenlopende banen en opleidingen). Veel van hen, met name Ismael, Tarek, Kinfe en natuurlijk Yohans broers zal ik nooit vergeten.
De broers van Yohan hebben natuurlijk veel verdriet, maar tegelijkertijd zijn ze erg dankbaar dat zo veel mensen die Yohan nauwelijks of zelfs helemaal niet kende zo gastvrij zijn geweest en zo veel moeite hebben gedaan.
Ik hoop dat de gemeente Amstelveen, de politie en uitvaartmaatschappij Bouwens ook een les hebben geleerd. Yohans afscheid was zo groots dat ze zich toch moeten schamen dat ze Yohan wilde ‘afvoeren’ zonder dat iemand daarbij kon zijn.
De gemeente Amstelveen heeft een exclusief contract met de firma Bouwens. De laatste les is dus: Als je in Amstelveen dreigt te sterven zonder uitvaartverzekering, gebruik dan je laatste adem om over de stadsgrenzen te geraken.