zaterdag 3 december 2011

Belastingheffing over winsten behaald bij buitenlandse pokertoernooien

Op 2 december 2011 is de uitspraak van de belastingrechter in een zaak over de kansspelbelasting van Joost (een bekende pokerspeler) gepubliceerd. Het ging om een prijs gewonnen op een live pokertoernooi buiten Nederland, maar binnen de EU.
Zelf heb ik nooit een dergelijke aanslag ontvangen, maar heb wel jarenlang met vele pokerspelers hierover gesproken. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat een heffing zoals die werd toegepast in strijd was met art. 56 van het Verdrag betreffende de Werking van de EU. Het heeft me altijd erg verbaasd dat iedereen die ik hierover sprak, die een dergelijke aanslag had ontvangen, ervoor koos deze procedure niet te voeren.
Joost heeft dit gelukkig wel gedaan en de Rechtbank is zo duidelijk als maar kan. De relevante overwegingen zijn 4.10 t/m 4.12. Het komt erop neer dat elke regeling die voor een Nederlander maakt dat een pokertoernooi in Nederland spelen aantrekkelijker is dan in een ander EU land een belemmering van het vrije dienstenverkeer is. In sommige gevallen is een belemmering van het vrije dienstenverkeer gerechtvaardigd, voor belasting heffen over pokertoernooien is een dergelijke rechtvaardiging in het EU-recht niet te vinden. De belastingdienst gaat uiteraard in hoger beroep, volgens mij is dit kansloos.
Uiteraard zal de wetgever dit proberen te repareren. Dergelijke wetgeving kan soms terugwerkende kracht hebben. Dan moet het wetsvoorstel wel af zijn, gepubliceerd zijn en er moeten aanmerkelijke aankondigingseffecten zijn. Dit heeft zich bijvoorbeeld een paar maanden geleden voorgedaan bij de legesheffing voor de id-kaart. Voorlopig is er nog geen wetsvoorstel en de aankondigingseffecten zijn naar mijn mening niet te vergelijken met de situatie rond de id-kaart. (Mocht de terugwerkende kracht je interesseren, kun je er bijvoorbeeld hier meer over lezen, m.n. hoofdstuk 4)
Ik maak me wel zorgen over de manier waarop de wetgever dit probleem zal trachten op te lossen. Het antwoord is niet makkelijk. Een nieuwe heffingssystematiek bedenken voor buitenlandse pokertoernooien die niet in strijd is met het vrije verkeer van diensten wanneer de aanbieder binnen de EU gevestigd is, is niet eenvoudig. Het probleem andersom 'oplossen', namelijk de regeling die tot nu toe op buitenlandse toernooien wordt toegepast ook van toepassing verklaren op Nederlandse pokertoernooien, waardoor Holland Casino dus belasting zal gaan inhouden op het prijzengeld. Lijkt ook niet waarschijnlijk. Weinig mensen zouden nog pokertoernooien spelen bij het Holland Casino door de lage uitbetaling en er moet een scheiding worden aangebracht tussen pokertoernooien en andere casinospelen.
Als je eerder een rechtsmiddel hebt aangewend tegen een aanslag en nog in een bezwaar- of beroepsprocedure verwikkeld bent, zal je de gronden uit deze uitspraak nog kunnen inbrengen. Mocht je in de laatste 6 weken een aanslag hebben ontvangen, onmiddellijk bezwaar maken, want als de termijn voor bezwaar is verlopen ben je niet-ontvankelijk, dat betekent dat het bezwaar niet meer inhoudelijk wordt behandeld. Mocht de termijn bijna verlopen zijn, kun je een pro-forma bezwaar indienen en kun je later de rechtsgronden aanvullen, daarmee wordt de termijn gestuit.
Het betoog dat poker geen kansspel is faalt. Het is begrijpelijk dat dit bij de belastingrechter eerder faalt dan bij de strafrechter. Het is verstandig voor Joost om niet op dit onderdeel in hoger beroep te gaan als de belastingdienst zelf geen hoger beroep instelt. Mocht de belastingdienst wel in hoger beroep gaan (dat is wel te verwachten) dan zal Joost ongetwijfeld het oordeel van de Rechtbank op dit punt ook aanvechten.